Ook bij asbestbranden moet de overtreder gelegenheid worden geboden bestuursdwang te voorkomen door zelf (met spoed) te saneren

Er verscheen een noot van onze hand over spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal onder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 oktober 2012 in JM 2013/1.
De casus die aan de uitspraak ten grondslag ligt, is als volgt. Er is een brand uitgebroken in een naast de schuur van appellant gelegen loods, die door de gemeente wordt verhuurd aan een aannemersbedrijf. De brand is overgeslagen naar de schuur. Bij de brand is asbest van het golfplaten dak van de schuur vrijgekomen en in de directe omgeving verspreid. Op de avond van de brand is door de brandweer en omgevingsdienst onderzoek uitgevoerd naar asbestverdacht materiaal. Uit een analyse van monsters van de dag na de brand volgt dat de monsters asbest bevatten. Twee dagen na de brand wordt onderzoek verricht naar het verspreidingsgebied van de vrijgekomen asbest. Na de brand wordt gestart met het verwijderen van de vrijgekomen asbest door handpicking.
Appellant betoogt dat het college van B en W van Sliedrecht ten onrechte spoedeisende bestuursdwang (5:31 Awb) heeft toegepast en ten onrechte daarbij de kosten die met de uitvoering daarvan gemoeid zijn bij hem in rekening heeft gebracht. Hiertoe voert hij aan dat brand is ontstaan op een naastgelegen opstal en niet is veroorzaakt door zijn handelen of nalaten. De brand is ontstaan op het perceel dat in eigendom is van de gemeente en door activiteiten waarop het college controle had moeten uitoefenen. Daarnaast stelt hij dat hij bereid was zo snel mogelijk over te gaan tot verwijdering van de asbest toen hij hiervan op de hoogte was. Hij heeft twee dagen na de brand een offerte bij een asbestverwijderingsbedrijf gevraagd en het bedrijf kon op dezelfde dag beginnen. Hierdoor zouden de werkzaamheden zelfs sneller kunnen worden uitgevoerd. Het college stelt dat verwijtbaarheid van het ontstaan van de brand en de verspreiding van de asbest geen rol speelt. Nu de asbest afkomstig is van het golfplaten dak van de schuur is appellant naar de mening van het college verantwoordelijk.
Uit de omstandigheid dat het college appellant de gelegenheid heeft geboden zelf maatregelen te treffen om de asbest te verwijderen en het feit dat de werkzaamheden pas enkele dagen na de brand zijn uitgevoerd, kan worden geconcludeerd dat het college de ontstane situatie niet zodanig spoedeisend achtte dat onmiddellijk over moest worden gegaan tot verwijdering van de geconstateerde asbest. Nu in hetgeen het college heeft gesteld ten aanzien van de offerte van Korevaar geen grond voor het oordeel is gelegen dat appellant niet bereid en in staat was om maatregelen te treffen om de nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de verspreiding van de asbest te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, heeft het college zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de situatie zo spoedeisend was, dat terstond bestuursdwang moest worden toegepast. De beroepsgrond slaagt.


Tijn Kortmann en Fleur Onrust
Alle posts van Tijn Kortmann

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone