Totstandkoming StAB-verslag niet in strijd met artikel 6 EVRM

De totstandkoming van deskundigenberichten van de StAB is niet in strijd met het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in haar uitspraak van 17 oktober 2018. De Afdeling komt tot dit oordeel na een uitgebreide behandeling van de wijze waarop deskundigenberichten van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) tot stand komen.

Beroep op de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken

In een procedure tegen een bestemmingsplan betoogt appellant dat het deskundigenverslag van de StAB, waarin de effecten van het bestemmingsplan op de verkeersveiligheid worden onderzocht, tot stand is gekomen op een wijze die in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals opgenomen in artikel 6 EVRM.  Om die reden zou de Afdeling haar oordeel volgens appellant niet mogen baseren op het deskundigenverslag. Appellant voert hiervoor aan dat bij de totstandkoming van het verslag niet conform de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken  is gehandeld. Hierin is onder meer opgenomen dat de partijen in het geding zo mogelijk in elkaars aanwezigheid worden gehoord en de partijen in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het concept-verslag voordat een definitief deskundigenbericht aan de bestuursrechter wordt voorgelegd. De genoemde gedragscode wordt echter niet toegepast bij de totstandkoming van StAB-deskundigenberichten waar de Afdeling om verzoekt. Ten onrechte, volgens appellanten, omdat de eigen gedragscode die de StAB hanteert niet voorziet in bepalingen op grond waarvan deskundigen in elkaars gelegenheid moeten worden gehoord of op grond waarvan het mogelijk is te reageren op het concept-verslag.

Het Mantovanelli-arrest

De stelling dat de handelswijze van de StAB een strijd zou opleveren met artikel 6 EVRM wordt onderbouwd met een beroep op het Mantovanelli-arrest van het EHRM. Uit dit arrest volgt volgens Afdelingsjurisprudentie dat een partij altijd in de gelegenheid moet worden gesteld om effectief te kunnen reageren op een, aan de bestuursrechter uitgebracht, deskundigenbericht.

De Afdeling gaat uitgebreid op stelling van appellanten in en maakt van de gelegenheid gebruik om duidelijk uiteen te zetten waarom het Mantovanelli-arrest niet op deze specifieke zaak van toepassing is én vooral, waarom StAB berichten wel degelijk rechtmatig tot stand komen.

In het Mantovanelli-arrest ging het om een deskundigenbericht dat was opgesteld aan de hand van een aan de deskundigen voorgelegde vraag die identiek was aan de vraag die door de rechter moest worden beantwoord. Het ging bovendien om een zeer technisch vraagstuk. Deze omstandigheden zouden er, volgens het EHRM, toe leiden dat het deskundigenoordeel waarschijnlijk een doorslaggevende invloed zou kunnen hebben op het eindoordeel. In een dergelijk geval is het van belang dat alle partijen kunnen reageren op het verslag voordat dit bij de rechter ligt, aldus het EHRM. In de onderhavige zaak was de vraag die de Afdeling had gesteld aan de deskundigen echter feitelijk van aard en niet identiek aan de vraag die zij zelf moest beantwoorden. Het ging immers om de vraag welk effect het bestemmingsplan op de verkeersveiligheid zou hebben, terwijl de Afdeling een veel bredere vraag zal moeten beantwoorden, namelijk of het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht en of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Op grond hiervan oordeelt de Afdeling dat de omstandigheden die er in het Mantovanelli-arrest toe hebben geleid dat partijen al bij de totstandkoming van een deskundigenbericht betrokken hadden moeten worden niet van toepassing zijn, waardoor die conclusie in de onderhavige uitspraak niet kan volgen. De Afdeling sluit hiermee aan bij eerdere uitspraken waarin een beroep op het Mantovanelli-arrest en artikel 6 EVRM met betrekking tot de totstandkoming van StAB-deskundigenberichten ongegrond werd verklaard (zie bijvoorbeeld ABRvS 6 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2965). In de onderhavige uitspraak geeft de Afdeling echter een uitgebreidere onderbouwing dan voorheen.

Wijze van tot stand komen StAB-deskundigenberichten

In deze uitspraak gaat de Afdeling bovendien verder door uitgebreid uiteen te zetten op welke wijze het StAB-verslag in de praktijk tot stand komt en dat dit in overeenstemming is met artikel 6 EVRM. Bij de totstandkoming van deskundigenberichten van de StAB wordt toepassing gegeven aan artikel 8:47 Awb. Uit dit artikel volgt dat, indien de bestuursrechter deskundigen benoemt, dit aan partijen wordt medegedeeld, partijen eventueel in de gelegenheid kunnen worden gesteld om van te voren hun wensen omtrent het onderzoek kenbaar te maken en partijen aan de hand van het verslag schriftelijke zienswijzen in kunnen dienen. Volgens de Afdeling bevat deze procedure voldoende waarborgen van het recht op een eerlijk proces.

De Afdeling benadrukt daarbij dat het gezamenlijk horen van deskundigen mogelijk is, maar, gelet op het belang van tijdige advisering en daarmee voortgang van de procedure, in het algemeen niet wenselijk wordt geacht en voor de beslissing in dit specifieke geval ook niet nodig is. Dezelfde overweging komt terug wanneer de Afdeling inhoudelijk ingaat op het feit dat geen zienswijze kon worden ingediend tegen het concept-deskundigenbericht. De Afdeling acht het vanwege proceseconomische redenen, mede gelet op de wettelijke termijnen waarbinnen het deskundigenadvies moet worden uitgebracht of een uitspraak moet worden gedaan, geoorloofd dat in zaken over bestemmingsplannen of andere ruimtelijke plannen wordt afgezien van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen tegen een concept-deskundigenbericht.

Deze overwegingen sluiten aan bij het uiteindelijk oordeel dat de Afdeling niet gehouden is de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken toe te passen bij de totstandkoming van StAB-deskundigenberichten. De Afdeling heeft zich, anders dan rechtbanken, gerechtshoven en de Centrale Raad van Beroep, niet gecommitteerd aan die gedragscode. De reden daarvoor is volgens de Afdeling dat het bij de Afdeling gaat om procedures van een andere aard dan bij de andere genoemde rechters, waarbij het in zaken in het omgevingsrecht veelal gaat om meerpartijengeschillen met wettelijke termijnen voor advisering en uitspraak, termijnen die bijvoorbeeld in sociale zekerheidszaken en belastingzaken niet gelden, aldus de Afdeling.

Conclusie

Uit de uitspraak volgt de conclusie dat de Afdeling het met het oog op een snelle procedure geoorloofd acht dat voor de totstandkoming van StAB-deskundigenberichten een andere gedragscode wordt gehanteerd dan de andere bestuursrechters hanteren. Dat dit geen inbreuk van artikel 6 EVRM oplevert heeft deels te maken met het feit dat het Mantovanelli-arrest in deze specifieke zaak niet van toepassing is en appellant voldoende mogelijkheden heeft gehad om op het deskundigenbericht te reageren of om deze aan te laten vullen, waarvan ook gebruik is gemaakt. De Afdeling geeft de uitspraak echter ook een breder bereik door te oordelen dat de totstandkoming van StAB-deskundigenberichten, door de toepassing van artikel 8:47 Awb, in overeenstemming is met het recht op een eerlijk proces.

Het bericht ‘Totstandkoming StAB-verslag niet in strijd met artikel 6 EVRM‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Jan van Oosten
Alle posts van Jan van Oosten

Sandra Putting
Alle posts van Sandra Putting
Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone