Transparantieverplichting moet ook in acht worden genomen bij schaarse omgevingsvergunningen

Uit een tweetal recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat onder omstandigheden ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning een verdeelprocedure moet plaatsvinden waarbij de transparantieverplichting in acht moet worden genomen. Deze twee uitspraken zullen hierna kort worden besproken.

Een schaarse omgevingsvergunning voor een speelautomatenhal in Helmond

Op 27 september 2017 heeft de Afdeling geoordeeld over een geschil over de vestiging van een speelautomatenhal in Helmond (ECLI:NL:RVS:2017:2611). Op grond van de APV van Helmond kan er slechts één exploitatievergunning voor een speelautomatenhal worden verleend. Eén van de weigeringsgronden uit de APV is dat het gebruik niet in strijd met het bestemmingsplan mag zijn. De bestemmingsplannen van Helmond maken (nog) geen speelautomatenhal mogelijk. Kort na elkaar worden door twee ondernemers aanvragen om een exploitatievergunning en omgevingsvergunning verleend. De vergunningen worden verleend aan de ondernemer die al een tijdelijke hal in Helmond had en met wie een samenwerkingsovereenkomst was gesloten over het vestigen van een permanente hal. De aanvragen van de andere ondernemer worden geweigerd met als motivering dat de locatie van de al in Helmond gevestigde ondernemer vanuit ruimtelijk oogpunt geschikter zou zijn. De ondernemer die zich in Helmond zou willen vestigen betoogt bij de bestuursrechter dat in dit geval een transparante verdeelprocedure had moeten worden gehouden. De rechtbank en de Afdeling volgen dit betoog.

Allereerst oordeelt de Afdeling dat in dit geval een schaarse exploitatievergunning beschikbaar komt. De exploitatievergunning is persoons- en locatiegebonden. In de APV zijn plaatsgebonden weigeringsgronden opgenomen. Daarom dient een verhuizing naar een andere locatie als een wezenlijke wijziging te worden aangemerkt. De exploitatievergunning ten behoeve van een andere locatie kan daarom niet gecontinueerd worden. De Afdeling oordeelde al eerder dat als een schaarse vergunning beschikbaar komt op enigerlei wijze aan potentiële gegadigden ruimte worden geboden om naar die ene beschikbare vergunning mee te dingen. Alleen als zich de situatie voordoet dat slechts één locatie aan de wettelijke voorschriften zou voldoen en elke andere aanvraag zou moeten worden afgewezen zou dit anders kunnen zijn.

Vervolgens constateert de Afdeling dat in dit geval voordat een exploitatievergunning kon worden verleend altijd een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan nodig was. De Afdeling stelt vast dat de planregels en de motivering van de besluiten er blijk van geven dat slechts op één locatie een speelautomatenhal zou worden vergund en via de APV een sterke verbondenheid is gecreëerd tussen de beide vergunningenregimes. Om deze reden dienen, aldus de Afdeling, de uit de transparantieverplichting voortvloeiende eisen van openbaarheid die gelden bij de verdeling van de vrijvallende schaarse exploitatievergunning in dit geval ook te gelden bij de procedure voor verlening van de omgevingsvergunning. Beide procedures dienen op elkaar te worden afgestemd.

Dit betekent dat voorafgaand aan de aanvraagprocedure voor de omgevingsvergunning duidelijkheid moet worden geboden over de criteria aan de hand waarvan wordt bepaald waar een speelautomatenhal kan worden toegestaan. Het algemene criterium van een goede ruimtelijke ordening biedt in dit geval geen voldoende duidelijk en richtinggevend criterium op grond waarvan een aanvrager de aanvraag voor de met de exploitatievergunning samenhangende omgevingsvergunning kan afstemmen.

De Afdeling concludeert dat de burgemeester (voor wat betreft de exploitatievergunning) en het college van burgemeester en wethouders (voor wat betreft de omgevingsvergunning) in strijd met de transparantieverplichting hebben gehandeld door niet tijdig en adequaat bekend te maken welke verdelingscriteria zouden worden gehanteerd voor de beschikbare exploitatievergunning en omgevingsvergunning voor een speelautomatenhal.

Een schaarse omgevingsvergunning voor een windpark in Noord-Holland

Op 30 augustus 2017 heeft de Afdeling vijf uitspraken gedaan over de weigering een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van windturbines door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:2331).

In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van de provincie Noord-Holland is bepaald dat een initiatiefnemer pas een windturbine mag realiseren nadat daartoe een omgevingsvergunning is verleend door gedeputeerde staten. In de PRV is bepaald dat de verlening van een omgevingsvergunning niet tot gevolg mag hebben dat in totaal meer dan 685,5 MW windenergie op het grondgebied van de provincie ruimtelijk wordt mogelijk gemaakt. De achtergrond hiervan is dat de provincie van het Rijk een taakstelling heeft gekregen om voor 2020 minstens een bepaalde hoeveelheid windenergie te realiseren. Provinciale staten hebben – anders dan de meeste andere provincies – vervolgens besloten dat deze taakstelling ook het maximum aantal MW zou moeten worden dat op het provinciale grondgebied mag worden gerealiseerd. Omdat gedeputeerde staten niet uitsloten dat er meer aanvragen ingediend zouden worden dan er vergund zouden kunnen worden, hebben gedeputeerde staten in een uitvoeringsregeling bepaald dat de vergunningen zouden worden verleend op basis van een rangschikking op ruimtelijke kwaliteit. Uiteindelijk is een aantal aanvragen afgewezen. Niet omdat zij laag waren gerangschikt, maar omdat zij niet voldeden aan de eisen die in de PRV waren gesteld.

De Afdeling oordeelt dat provinciale staten bevoegd waren om de regels, waaronder het maximumaantal MW en de daaraan verbonden vergunningplicht, in de PRV vast te stellen. De Afdeling ziet vervolgens geen aanleiding voor het oordeel dat de in de uitvoeringsregeling neergelegde verdeelprocedure in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De regelingen zijn namelijk een maand voordat de aanmeldingsperiode aanving gepubliceerd en in de uitvoeringsregeling zijn de eisen waaraan de aanvraag moest voldoen beschreven. Alle gegadigden zijn hiermee tijdig en op gelijke wijze in de gelegenheid gesteld om mee te dingen naar de te verlenen vergunningen. In deze procedure over een omgevingsvergunning sluit de Afdeling dan ook aan bij haar eerdere jurisprudentie over schaarse (exploitatie)vergunningen.

Ten slotte is de overweging over de duur van de omgevingsvergunning interessant. De hoofdregel is dat schaarse vergunningen voor bepaalde tijd moeten worden verleend. Een vergunninghouder wordt immers bij vergunningverlening voor onbepaalde tijd onevenredig bevoordeeld, omdat het voor nieuwkomers dan nagenoeg onmogelijk is om nog toe te treden tot de markt. De Afdeling is echter van oordeel dat een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk als hier aan de orde (een windturbine) op gronden in privaat eigendom zich in beginsel niet leent voor de toepassing van de eis dat een schaarse vergunning alleen tijdelijk wordt verleend.

Conclusie

Uit de twee uitspraken blijkt dat een omgevingsvergunning in twee gevallen schaars kan zijn en op transparante wijze moet worden verdeeld, namelijk:

  1. als een koppeling wordt aangebracht tussen een gemeentelijke verordening, waarin een maximum aan het aantal beschikbare exploitatievergunningen wordt gesteld, en een bestemmingsplan. Deze koppeling kan worden aanbracht door in de gemeentelijke verordening te bepalen dat de vergunning wordt geweigerd als de activiteit in strijd met het bestemmingsplan is.
  2. als in een provinciale ruimtelijke verordening een omgevingsvergunningplicht wordt geïntroduceerd én in die verordening is bepaald dat er slechts een beperkt aantal vergunningen kunnen worden verleend.

In deze twee gevallen zal een verdeelprocedure moeten worden gehouden voordat de omgevingsvergunningen worden verleend. Daarbij dienen de uit de transparantieverplichting voortvloeiende eisen van openbaarheid in acht te worden genomen. Het algemene criterium van een goede ruimtelijke ordening biedt dan geen voldoende duidelijk en richtinggevend criterium om aanvragen op te kunnen rangschikken.

Wilt u meer weten over de verdeling van schaarse omgevingsvergunningen?

Op 7 november 2017 geeft Annemarie Drahmann een workshop over schaarse vergunningen. Meer informatie over deze workshop kunt u hier vinden.

Annemarie Drahmann is als adviseur betrokken geweest bij beide procedures.

Het bericht ‘Transparantieverplichting moet ook in acht worden genomen bij schaarse omgevingsvergunningen‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Annemarie Drahmann
Alle posts van Annemarie Drahmann

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone