Uitspraak over bestemmingsplan met stikstofdepositie: geen aanhouding vanwege PAS

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft uitspraak gedaan over de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden vanwege een bestemmingsplan. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan was uitgegaan van het Programma Aanpak Stikstof (“PAS”). Dit bestemmingsplan hoeft echter niet te wachten op de antwoorden van het Hof van Justitie over de rechtmatigheid van het PAS, omdat nieuw onderzoek aantoont dat geen aantasting optreedt.

Bestemmingsplan met stikstofdepositie: wel of geen PAS?

Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk. Omwonenden van het bedrijventerrein gaan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan  in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak en stellen onder meer dat het onderzoek dat is verricht naar de stikstofdepositie van het plan niet voldoet. Daarbij kan volgens appellanten een bestemmingsplan geen ontwikkelingsruimte uit het Programma Aanpak Stikstof (“PAS”) worden toegekend.

Over het PAS zelf en toepassing van het PAS bij bestemmingsplannen hebben wij al eerder geschreven. Kort en goed beoogt het PAS ruimte te creëren voor nieuwe ontwikkelingen met stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door binnen het programma maatregelen op te nemen waarmee de stikstofdepositie wordt verminderd. Deze vermindering van de depositie vanwege de maatregelen geeft vervolgens de mogelijkheid om bij vergunningverlening depositieruimte aan projecten toe te kennen, zonder een verdere overschrijding van de stikstofdepositie van de relevante gebieden. In de regelgeving van het PAS in de Wet natuurbescherming en het daaronder liggende Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming is echter geen bepaling opgenomen voor de verhouding van het PAS tot bestemmingsplannen. Verder heeft de Afdeling bestuursrechtspraak bij twee afzonderlijke uitspraken aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid van het PAS met de Habitatrichtlijn, waarover wij al eerder schreven. In principe zouden zaken bij de Afdeling die vragen over het PAS bevatten in afwachting van de antwoorden van het Hof worden aangehouden; zie bijvoorbeeld deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin geen bestuurlijke lus werd toegepast vanwege mogelijk gebruik van het PAS.

In afwijking van het voornemen om zaken met vragen over het PAS aan te houden, doet de Afdeling nu toch uitspraak in het beroep tegen het bestemmingsplan. Deze mogelijkheid bestaat vanwege een nieuw onderzoek van na het bestreden besluit naar de effecten van stikstofdepositie voor het relevante Natura 2000-gebied “Rijntakken”. Dit onderzoek concludeert dat de depositie vanwege het plan van 0,01 mol/ha/jr er niet aan in de weg staat dat de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden gehaald. Met het oog op een finale geschillenbeslechting betrekt de Afdeling deze notitie bij haar oordeel en concludeert dat het plan niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied.

Tips voor de praktijk: hoe voorkom je aanhouding vanwege de PAS?

Deze uitspraak biedt voor de praktijk ruimte om een zaak die “onder” de Afdeling is niet te laten wachten op de beantwoording van de vragen door het Hof.

Uit deze uitspraak blijkt dat voor bestemmingsplannen en andere planologische besluiten de mogelijkheid bestaat aan de hand van aanvullend onderzoek de conclusie te trekken dat geen aantasting van natuurlijke kenmerken zal optreden. Hiervoor kan niet worden teruggevallen op een uitdraai vanuit het AERIUS, maar dient een apart onderzoek naar de effecten van de stikstofdepositie te worden verricht. Als dit onderzoek concludeert dat geen aantasting optreedt, kan dit bij de Afdeling voldoende zijn om de aanhouding vanwege de prejudiciële vragen te doorbreken.

Het is echter de vraag of voor planologische besluiten steeds de conclusie getrokken kan worden dat geen aantasting optreedt, mede vanwege de bestaande stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden. Als de conclusie is dat aantasting niet zonder meer kan worden uitgesloten, rijst de vervolgvraag of er nog nadere maatregelen te treffen zijn om die effecten toch uit te sluiten. Dergelijke mitigerende maatregelen mogen, naar mag worden aangenomen, niet ook zijn opgenomen in het PAS zelf, aangezien dan alsnog op de PAS wordt teruggevallen voor de besluitvorming. En nog van belang is de eventuele verplichting om een passende beoordeling voor het planologisch besluit op te stellen. In deze uitspraak gaat de Afdeling opvallend genoeg niet in op deze vraag. Bij het gebruik van het PAS is de aanname dat ook gebruik gemaakt kan worden van de passende beoordelingen die aan het PAS ten grondslag liggen. Nu er echter buiten het PAS om nader onderzoek wordt verricht naar de effecten op Natura 2000-gebieden, is onduidelijk of dergelijk onderzoek een nieuwe passende beoordeling moet behelzen.

Het is met deze uitspraak niet duidelijk of ook bij een natuurvergunning voor een project met stikstofdepositie de aanhouding doorbroken kan worden. De verhouding tussen planologische besluiten en het PAS is anders dan bij vergunningverlening en het PAS. Bij vergunningverlening wordt namelijk depositieruimte uit het PAS toegekend aan een project. Niettemin zou ook in het kader van vergunningverlening aan de hand van een nadere notitie kunnen worden onderbouwd dat geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied optreedt. Of de Afdeling dan ook voldoende ruimte ziet om de aanhouding te doorbreken, moeten we afwachten.

Het bericht ‘Uitspraak over bestemmingsplan met stikstofdepositie: geen aanhouding vanwege PAS‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Erwin Noordover
Alle posts van Erwin Noordover

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone