Wetstechnische lenigheid in de Omgevingswet

De stelselherziening van het omgevingsrecht door middel van de Omgevingswet is een gigantische wetsoperatie. Het raamwerk van de Omgevingswet is al in 2016 in het Staatsblad (2016, 156) geplaatst. Daarmee is de stelselherziening nog niet afgerond. Door verschillende ministeries wordt nog gewerkt aan vier aanvullingswetten en een Invoeringswet die de Omgevingswet aanvullen en wijzigen. In wezen is sprake van enorme amendementen, alleen dan in de vorm van wetten in formele zin. Dat gaat wetstechnisch gezien niet altijd helemaal goed. Zo vinden diverse overlappingen plaats tussen aanvullingswetten onderling en met de Invoeringswet.

Bedrijfsongevalletjes

Zo beogen zowel het wetsvoorstel Aanvullingswet natuur als het wetsvoorstel Aanvullingswet geluid aan artikel 2.18, eerste lid, van de Omgevingswet een onderdeel f toe te voegen. Daarnaast voorzien deze beide wetsvoorstellen in de invoeging van een nieuw artikel 2.43 Omgevingswet. Hier leidt het werken door verschillende ministeries aan de aanvullingswetten – in dit geval: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid respectievelijk Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – tot de nodige bedrijfsongevalletjes.

Geconsolideerde teksten

Van belang is dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in een brief van 21 december 2018) aan de Tweede Kamer heeft toegezegd om, ten behoeve van het overzicht, geconsolideerde teksten van de Omgevingswet ter beschikking te stellen via omgevingswetportaal. Deze geconsolideerde teksten worden slechts opgemaakt voor elk individueel wetgevingsproduct. Dat betekent dat er niet een geconsolideerde tekst ter beschikking wordt gesteld waarin alle wijzigingen door de aanvullingswetten en de Invoeringswet tot nu toe zijn verwerkt. Dat is een gemis en het verhult enigszins eventuele wetstechnische foutjes. Men moet er maar op vertrouwen dat de regering die er zelf wel uithaalt.

Reparatie vergt lenigheid

Wij gaan er van uit dat het wel los zal lopen en dat de wetgever de boel aan het einde weer rechttrekt. Dat gebeurt nu ook al wel, zij het met enige wetstechnische lenigheid. Illustratief daarvoor is het herstel van de hiervoor genoemde dubbelingen bij artikel 2.18, eerste lid, en artikel 2.43 Omgevingswet. De wetgever lost dit op in onderdeel M van de nota van wijziging van de Aanvullingswet natuur. Daarbij noemt de wetgever expliciet als voorwaarde dat de Aanvullingswet geluid, zoals de tekst nu luidt, tot wet is of wordt verheven. In de toelichting is op pagina 18 het volgende te lezen:

Dit onderdeel voorziet in bepalingen over de samenloop met het voorstel voor de Aanvullingswet geluid Omgevingswet en het voorstel voor de Aanvulling bodem Omgevingswet. Hierbij is uitgegaan van de volgende volgorde van inwerkingtreding van de betrokken wetten: eerst de Invoeringswet Omgevingswet, dan de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, vervolgens de Aanvullingswets bodem Omgevingswet en tot slot de Aanvullingswet natuur Omgevingswet.

De in de voorgestelde artikelen 3.15 en 3.16 opgenomen samenloopbepalingen bevatten alleen technische aanpassingen om te voorkomen dat er dubbele aanduidingen van artikelen en onderdelen daarvan in de Omgevingswet komen.

Voor de wetstechnische hersteloperaties is dus de volgorde van inwerkingtreding van de verschillende wetgevingsproducten van belang. Een ander voorbeeld, waaruit dit ook blijkt, zij het minder expliciet, betreft artikel 2.28 Omgevingswet. Het wetsvoorstel Aanvullingswet bodem en het wetsvoorstel Invoeringswet voorzien beide in een toevoeging van een onderdeel h aan artikel 2.28. Dit wordt gerepareerd in de nota van wijzing van de Aanvullingswet bodem door in plaats van een onderdeel h een onderdeel i in te voegen. Zie ook het gewijzigd voorstel van wet van de Aanvullingswet bodem. Interessant is dat de Aanvullingswet bodem daarbij rekening houdt, zo blijkt uit pagina 3 van de toelichting, met het wetsvoorstel Invoeringswet dat voorziet in een onderdeel g en h. Dat past bij de in de hiervoor genoemde nota van wijzing Aanvullingswet natuur beschreven volgorde van beoogde inwerkingtreding van de wetgevingsproducten. De Invoeringswet zal namelijk vóór de Aanvullingswet bodem in werking treden.

Het voorgaande laat zien dat het project van de Omgevingswet ook wetstechnisch behoorlijk complex is. Voor de huidige gebruiker is het nuttig om bij bestudering van de parlementaire stukken de hiervoor genoemde volgorde van inwerkingtreding in ogenschouw te nemen. Voor het kunnen doorgronden van de wetsvoorstellen (door het parlement) zou het goed zijn wanneer de minister voorziet in een geconsolideerde tekst waarin alle wetgevingsproducten zijn opgenomen.

Voor meer informatie over de Omgevingswet kunt u terecht op: www.pgomgevingswet.nl. Met deze website houdt Stibbe u van de laatste stand van zaken op de hoogte. U vindt hier onder andere de tekst van de Omgevingswet waarbij de parlementaire geschiedenis artikelsgewijs is ontsloten. Via deze link komt u bij onze eerdere blogberichten over de Omgevingswet.

Het bericht ‘Wetstechnische lenigheid in de Omgevingswet‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Jan Reinier van Angeren
Alle posts van
Jan Reinier van Angeren

Niels Jak
Alle posts van Niels Jak
Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone