FAQ: Wanneer is een rechtspersoon belanghebbende bij een besluit op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb?

Het bestuursprocesrecht van de Algemene wet bestuursrecht beperkt de kring van personen die tegen een besluit kunnen opkomen in bezwaar en beroep. Alleen belanghebbenden kunnen tegen een bestuursrechtelijk appellabel besluit opkomen. Wie belanghebbende is, bepaalt artikel 1:2 van de Awb. Dit blogbericht richt zich tot de vraag wanneer een rechtspersoon op grond van lid 3 belanghebbende is bij een besluit.

Introductie: artikel 1:2 lid 3 Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:2 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een belanghebbende is “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.” Dit rechtstreekse belang wordt voor rechtspersonen die op grond van hun statuten als belanghebbende bij een besluit (willen) zijn (de ‘statutair belanghebbende’), op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb als volgt uitgelegd: “Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.” Dit blogbericht richt zich niet tot de situatie waarin een rechtspersoon belanghebbende is op grond van artikel 1:2 lid 1 Awb, bijvoorbeeld wanneer de rechtspersoon het besluit in kwestie heeft aangevraagd.

In de bestuursrechtelijke jurisprudentie zijn uit artikel 1:2 lid 3 Awb criteria afgeleid die in relatie staan tot (i) de statutaire doelstelling en (ii) de feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon. Deze cumulatieve criteria worden hierna toegelicht.

Statutaire doelstelling

De statutaire doelstelling van een rechtspersoon moet volgens de criteria uit de jurisprudentie ‘voldoende onderscheidend’ zijn om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van die rechtspersoon rechtstreeks is betrokken bij het door hem aangevochten besluit.

De doelstelling van Stichting Openbare Ruimte in de uitspraak d.d. 1 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF3911 was volgens de Afdeling “zo veelomvattend dat het onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van de Stichting rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit (…).” De doelomschrijving van de Stichting hield ten tijde van de uitspraak in dat zij streeft “naar een kwalitatief duurzame leefomgeving voor alle levende wezens (…).”

Tot een ander oordeel kwam de Afdeling in bijvoorbeeld de uitspraak van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1075. Daarin wordt het statutaire belang van de Belangenvereniging Hooglanderveen voldoende onderscheidend geacht. Hoewel ook deze Stichting een ruime doelomschrijving kent, namelijk de behartiging en “het ontwikkelen en stimuleren van en deelnemen aan activiteiten die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening, de leefbaarheid, het woonklimaat en het welzijn” is deze kwalitatieve omschrijving anders dan bij Stichting Openbare Ruimte geografisch begrensd tot het in de statuten beschreven gebied “in en rond Hooglanderveen”.

Er kan discussie ontstaan over de strekking van de statutaire doelomschrijving en of die in die zin voldoende onderscheidend is met het oog op het bestreden besluit. Een dergelijke discussie deed zich voor in de uitspraak d.d. 22 juni 2017 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) (ECLI:NL:CBB:2017:203). Het ging in die uitspraak om de betekenis van de term ’emancipatie’ in de doelomschrijving van het Proefprocessenfonds Clara Wichmann. Het CBb gaat de taalkundige betekenis van het woord ’emancipatie’ na, plaatst het begrip in de betekenis van de overige onderdelen van de statutaire doelomschrijving en overweegt ten derde dat ook “de feitelijke werkzaamheden die appellante pleegt te verrichten mede kleuring geven aan de uitleg van de in haar statuten opgenomen term ’emancipatie’.”

Feitelijke werkzaamheden

Naast het criterium dat de statutaire doelomschrijving voldoende onderscheidend dient te zijn, moet ten tweede uit de feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon blijken dat hij rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Voor de toepassing van het criterium ‘feitelijke werkzaamheden’ is van belang dat een rechtspersoon op grond van zijn statuten een ‘algemeen belang’ en/of een ‘collectief belang’ kan nastreven. Het criterium van de ‘feitelijke werkzaamheden’ wordt onderscheidenlijk deze belangen verschillend toegepast.

Voor wat betreft de feitelijke werkzaamheden van een rechtspersoon met een statutair algemeen belang is relevant dat “het louter in rechte opkomen tegen besluiten als regel niet kan worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb.” (r.o. 2.3 – 1 oktober 2008). De bestuursrechter gaat op basis van aangeleverde documentatie en informatie op de website na of de rechtspersoon in kwestie de juiste feitelijke werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden moeten wel enige omvang hebben en zijn gerelateerd aan het doel dat de rechtspersoon nastreeft (vgl. ABRvS 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1813 waarin niet aan deze vereisten werd voldaan).

Uit een uitspraak d.d. 19 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4736 blijkt dat de rechtspersoon die in eerdere uitspraken al was aangemerkt als belanghebbende, die status kan verliezen wanneer er geruime tijd geen feitelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 1:2 lid 3 Awb zijn verricht. Die tijd is ruimer dan een jaar, zo blijkt ook uit die uitspraak (r.o. 8.1).

De eis van feitelijke werkzaamheden is minder aan de orde bij rechtspersoon die uit oogpunt van collectieve belangen procederen en niet zozeer een statutair bepaald algemeen belang. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij bewonersorganisaties. De feitelijke werkzaamheden kunnen in dat geval besloten worden geacht in het feit dat sprake is van een bundeling van belangen waarmee effectieve rechtsbescherming wordt bevorderd. Een voorbeelduitspraak biedt ABRvS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1626.

Conclusie

Wanneer een rechtspersoon als belanghebbende op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb wil worden aangemerkt, is het van belang dat zijn statutaire doelomschrijving voldoende onderscheidend is geformuleerd en dat de rechtspersoon in relatie tot die statutaire doelomschrijving feitelijke werkzaamheden verricht die verder reiken dan louter procederen.

Dit is een blog in de “FAQ”-serie. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.

Het bericht ‘FAQ: Wanneer is een rechtspersoon belanghebbende bij een besluit op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb?‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Machteld Claessens
Alle posts van Machteld Claessens

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone