Het Klimaatakkoord: sectortafel mobiliteit

Het beoogde Klimaatakkoord is een vaak terugkerend onderwerp in onze blogberichten. In eerdere blogberichten besteedden wij bijvoorbeeld aandacht aan het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord dat op 10 juli 2018 aan de Minister van Economische Zaken & Klimaat werd gepresenteerd (link) en aan de beoordeling van dit Voorstel door het PBL en het CPB (link). In dit blogbericht staat de sectortafel mobiliteit (‘mobiliteitstafel’) van het Klimaatakkoord centraal.

Opdracht, visie en doelstellingen

De mobiliteitstafel staat onder leiding van voorzitter Annemieke Nijhof en bestaat uit afgevaardigden van organisaties die een concrete bijdrage kunnen leveren aan de veranderingen die nodig zijn om de klimaatdoelstellingen in de mobiliteitssector te behalen. De gevraagde bijdrage van de mobiliteitstafel aan de totale gewenste broeikasgasreductie is aanzienlijk: aan de mobiliteitstafel is gevraagd om 7 Mton additionele reductie te realiseren voor 2030. Deze gevraagde reductie is additioneel, in die zin dat deze reductie bovenop de reductie komt die al was voorzien in het bestaande beleid (Nationale Energieverkenning (NEV) 2017).

De visie van de mobiliteitstafel is om in 2050 zorgeloze mobiliteit te hebben gerealiseerd, voor alles en iedereen. Dat houdt in: geen (CO2) emissies en uitstekende bereikbaarheid voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Steden dienen slim, duurzaam en compact te zijn en dienen optimale doorstroming van mensen en goederen te hebben. Buitengebieden en dorpen moeten goed ontsloten zijn en mobiliteit moet voor deze gebieden de schakel zijn tussen wonen, werken en vrije tijd.

In het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord (hierna: ‘Voorstel’) stelt de mobiliteitstafel een CO2-reductie van tenminste 7,3 Mton tot 2030 voor. Voor 2050 wil de mobiliteitstafel zelfs een totale reductie van 95% ten opzichte van 1990 realiseren.

Cruciale ontwikkelingen

Volgens de mobiliteitstafel staan bij de realisatie van de beoogde CO2-reductie drie ontwikkelingen centraal:

  • Kennis en innovatie: de mobiliteitstafel wil een missiegedreven en meerjarig kennis- en innovatiesysteem dat zich richt op een mobiliteitssysteem waarin de mobiliteitsbehoeften zo efficiënt mogelijk worden georganiseerd. Als voorbeelden worden genoemd de doorontwikkeling van batterij- en oplaadtechnologie, het elektrificeren van zwaar transport en ontwikkelingen op het gebied van logistiek en mobiliteitsdiensten.
  • Programmatische en adaptieve aanpak: de mobiliteitstafel meent dat de mobiliteit centraal moet staan, niet de modaliteit (dat wil zeggen: de wijze van verplaatsing). Alle partijen dienen hiertoe samen te werken, onder meer op het gebied van kennisopbouw, scenarioplanning en de optimale inzet van beschikbare middelen.
  • Eén integraal ontwerp toekomstbestendige bekostiging mobiliteitssysteem: de mobiliteitstafel heeft een systeem voor ogen waarin gebruikers betalen voor gebruik en voor de mate waarin zij vervuilen. Vervuilers zouden dan gestimuleerd worden om te ‘verschonen’. De kilometerheffing voor zwaar vervoer (MAUT-heffing) uit het regeerakkoord kan als voorbeeld van een dergelijke stimulans worden beschouwd.

Voorgestelde maatregelen

De mobiliteitstafel stelt meerdere mogelijke maatregelen voor die kunnen bijdragen aan de realisatie van de beoogde CO2-reductie. Daarbij maakt zij een onderscheid tussen de volgende vier lagen van het mobiliteitssysteem:

  • Laag 1: fysieke infrastructuur: dit betreft de maatregelen die de basis van het mobiliteitssysteem raken;
  • Laag 2: verkeersdiensten: dit betreft de maatregelen voor het optimaal benutten van de infrastructuur;
  • Laag 3: vervoersdiensten: dit betreft de maatregelen die zowel personen- als goederenvervoer ‘vergroenen’ door de inzet van duurzame energiedragers; en
  • Laag 4: mobiliteitsdiensten: dit betreft de maatregelen voor de verduurzaming van personenmobiliteit.

Per laag stelt de mobiliteitstafel één (laag 1) of meerdere  (laag 2, 3 en 4) mogelijke maatregelen voor. Wij bespreken hieronder kort enkele maatregelen die ons juridisch interessant voorkomen. Voor een overzicht van alle door de mobiliteitstafel voorgestelde maatregelen, verwijzen wij naar het Voorstel en naar het daarbij behorende achtergronddocument.

Logistieke optimalisatie

De mobiliteitstafel zet in op autoluwe stadscentra. Uit de door de mobiliteitstafel voorgestelde maatregelen blijkt dat zij hierin een belangrijke rol ziet weggelegd voor het ruimtelijke ordeningsrecht en het omgevingsrecht. De mobiliteitstafel stelt bijvoorbeeld voor om ICT-koppelplatforms en distributiehubs aan stadsranden te vestigen. Ook stelt zij voor om in de Omgevingswet, in bouwvergunningen en in opdrachtverleningen te sturen op minder fysieke bewegingen. Als voorbeeld wordt genoemd het voorkomen van CO2-uitstoot en lawaaioverlast van onnodig stationair draaiende mobiele werktuigen. De mobiliteitstafel werkt overigens niet uit hoe bouwvergunningen en opdrachtverleningen concreet kunnen worden vormgegeven om deze vorm van CO2-uitstoot en lawaaioverlast te voorkomen. Dat is een interessante vraag voor de praktijk.

Duurzaamheidseisen in aanbestedingen en vergunningen

De mobiliteitstafel stelt voorts voor om ‘duurzaamheidseisen’ op te nemen in aanbestedingen en vergunningen. Dat draagt volgens de mobiliteitstafel zowel bij aan een ‘efficiënte bouwlogistiek in stedelijke omgevingen’ als aan de ‘efficiënte inzet en vergroening van mobiele werktuigen’.

Uit het achtergronddocument behorende bij het Voorstel blijkt wat de mobiliteitstafel verstaat onder ‘duurzaamheidseisen’. De mobiliteitstafel noemt als voorbeelden eisen op het gebied van CO2-uitstoot, luchtkwaliteit en circulaire grondstoffeninzet, maar ook de inzet van energieleverende wegen en de inzet van duurzame mobiliteit en duurzame werktuigen.

Zero emissie bussen

Op het gebied van openbaar vervoer per bus wil de mobiliteitstafel dat in 2030 alleen nog zero emissie bussen worden ingezet. Nu al zetten steeds meer uitvoerders van openbaar vervoer zero emissie bussen in. Onze verwachting is dat dit alleen maar meer zal worden en dat in toekomstige aanbestedingen dit mogelijk zelfs als vereiste zal worden opgenomen. De opdrachtgevende overheden zouden daarbij kunnen kijken hoe zij een faciliteit kunnen opzetten die dit vergemakkelijkt.

Doorrekening Voorstel door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

De mobiliteitstafel benoemt in het Voorstel expliciet dat het programma met concrete maatregelen pas te maken is als er een beter beeld is ontstaan van de CO2-effecten van specifieke maatregelen, de kosteneffectiviteit, neveneffecten en de financiering. In welke mate de potentiële CO2-reductie daadwerkelijk is te verwezenlijken, wordt volgens de mobiliteitstafel inzichtelijk na de doorrekening van het PBL en de beoordeling hiervan door het kabinet en de Tweede Kamer.

Inmiddels heeft het PBL het Voorstel geanalyseerd (zie ons eerder blogbericht hierover). In haar analyse stelt het PBL echter dat het Voorstel nog te summier is in de uitwerking van de maatregelen. Het Voorstel is als gevolg hiervan niet doorrekenbaar, aldus het PBL. Wel heeft het PBL per sectortafel een kwantitatieve en kwalitatieve detailanalyse uitgevoerd ten behoeve van de verdere uitwerking.  Voor wat betreft de sectortafel mobiliteit concludeert het PBL dat het mogelijk lijkt om met een combinatie van de voorgestelde maatregelen aan de opdracht aan de mobiliteitstafel te voldoen. Wel zal de mobiliteitstafel volgens het PBL ambitieuzer moeten zijn bij het invullen van het maatregelenpakket als het op meerdere terreinen tegenzit.

Beoordeling CPB

Aan het CPB was gevraagd om een beoordeling te geven van de maatregelen uit het Voorstel op de lasten van burgers, bedrijven en de overheid, de budgettaire effecten en de inkomenseffecten. De CPB heeft haar conclusies naar aanleiding van deze beoordeling op 13 september 2018 gepresenteerd. Het CPB stelt voorop dat een totaalbeeld van de effecten niet kon worden gemaakt. Alleen de maatregelen van de sectortafels mobiliteit en elektriciteit waren volgens het CPB concreet genoeg om in de beoordeling mee te nemen (terwijl het PBL de maatregelen dus niet volledig doorrekenbaar achtte). Ook voor deze sectortafels was de beoordeling van het CPB echter niet volledig. Aangezien de maatregelen niet als pakket zijn beoordeeld, is volgens het CPB sprake van een partiële beoordeling. De uitkomsten van de beoordeling van het CPB zijn als gevolg hiervan minder bruikbaar dan gehoopt. Wanneer de maatregelen in het Klimaatakkoord concreet genoeg zijn, na de tweede ronde, dan kan het CPB een inschatting maken van de daadwerkelijke inkomenseffecten van de klimaatmaatregelen.

Appreciatie kabinet

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat heeft in zijn brief van 5 oktober 2018 de appreciatie van het Voorstel namens het kabinet uiteengezet. De volledige appreciatie namens het kabinet van de door de mobiliteitstafel voorgestelde maatregelen, is opgenomen in de bijlage bij de brief van Minister Wiebes.

De kern van de appreciatie namens het kabinet is dat het kabinet samen met de betrokken partijen concreet aan de slag wil met een viertal thema’s:

  • Elektrificatie van personenauto’s
  • Verduurzamen van de logistiek
  • Hernieuwbare energiedragers
  • Verduurzamen van de zakelijke personenmobiliteit (inclusief fiets en OV)

Het kabinet wil voor elk van deze vier thema’s toewerken naar een concreet product of eindresultaat, waarin een maatregelenpakket is verwerkt en eigenaarschap is toegekend. Het gaat te veel in detail om in dit blogbericht te bespreken op welke wijze het kabinet dit per thema wenst te realiseren. In dat verband verwijzen wij graag naar de appreciatie van het kabinet.

Het valt op dat het thema om in de Omgevingswet, in bouwvergunningen en in opdrachtverleningen te sturen op minder fysieke bewegingen, hier niet expliciet terugkomt, maar mogelijk valt dat onder “verduurzamen van de logistiek” of “verduurzamen van de zakelijke personenmobiliteit”. De Omgevingswet merkt als gevolgen voor de fysieke leefomgeving uitdrukkelijk aan gevolgen die kunnen voorvloeien uit activiteiten waardoor emissies worden veroorzaakt en is met het oog op duurzame ontwikkeling gericht op het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving. Voorschriften in omgevingsdocumenten op grond van de Omgevingswet om de logistiek te verduurzamen of de zakelijke personenmobiliteit te verduurzamen gericht op CO2 reductie vallen hier op het eerste gezicht onder.

Hoe nu verder?

De komende periode zullen de vijf sectortafels verder werken aan een definitief Klimaatakkoord. Hoe het gesprek aan de sectorrafels verder wordt vormgegeven, blijkt uit de procesbrief d.d. 5 oktober 2018 van Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, zoals ook als bijlage opgenomen bij de kabinetsappreciatie. In totaal zijn er 29 onderwerpen geïdentificeerd die in het bijzonder aandacht behoeven. Voor de mobiliteitstafel zijn dat de hiervoor genoemde vier onderwerpen uit de appreciatie namens het kabinet en het ‘verkennen van andere vormen van bekostiging mobiliteit’.

De tweede ronde van besprekingen aan de sectortafels dient uiteindelijk te leiden tot nader uitgewerkte voorstellen. In zijn brief van 5 oktober 2018 sprak Minister Wiebes uit dat hij deze nadere voorstellen op 1 december 2018 verwacht te ontvangen van de sectortafels. Of dit haalbaar is, dient nog te blijken. In de tussentijd werkt Ed Nijpels aan een voorstel voor governance en borging van het Klimaatakkoord. Hij heeft toegezegd dit voorstel in november 2018 aan Minister Wiebes voor te leggen. Genoeg om naar uit te kijken dus.

Het bericht ‘Het Klimaatakkoord: sectortafel mobiliteit‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.


Jan Reinier van Angeren
Alle posts van
Jan Reinier van Angeren

Phinney Disseldorp
Alle posts van Phinney Disseldorp
Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone