Onvolledige subsidieaanvraag kan in geval van een onduidelijk aanvraagformulier niet aan de aanvrager worden tegengeworpen

Bestuursorganen stellen steeds vaker standaardformulieren vast die verplicht moeten worden gebruikt bij een aanvraag. Dit is soms ook het geval bij subsidies. Wat nu als een aanvrager het formulier correct invult, maar – naar later blijkt – de aanvraag toch niet volledig is, omdat het standaardformulier onduidelijk is? In dat geval kan onder omstandigheden de onvolledigheid van de aanvraag niet aan de aanvrager worden tegengeworpen.

Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA1381). In deze uitspraak was sprake van subsidieverlening op grond van de Monumentenwet en het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 (Brim). Voor de subsidieverlening was een subsidieplafond vastgesteld en bepaald dat de subsidies werden verleend op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. De Afdeling constateert dat op grond van de regeling een bepaalde kostenpost gespecificeerd had moeten worden. De aanvrager had dit niet gedaan. De aanvraag was dus onvolledig en kwam niet direct voor subsidieverlening in aanmerking. Een latere aanvulling van de aanvraag kwam te laat, omdat het subsidieplafond inmiddels was bereikt.

Jammer maar helaas voor de aanvrager, zult u wellicht denken. Dit is echter niet het geval. De Afdeling oordeelt dat de onvolledige aanvraag niet aan appellant kan worden tegengeworpen. Daarbij neem de Afdeling een viertal aspecten in aanmerking,  namelijk:

  1. dat de regelgever met het Brim een heldere en eenvoudige aanvraagprocedure voor ogen heeft gehad;
  2. dat vergelijkbare aanvragen van de aanvrager onder de vigeur van aan het Brim voorafgaande regelingen wel in behandeling werden genomen;
  3. dat in de geschiedenis van de totstandkoming van het Brim is toegelicht dat subsidieaanvragers op voorhand zekerheid moeten hebben over de vereisten bij de subsidieaanvraag en dat het Brim strekt tot vermindering van regeldruk en vereenvoudiging en verbetering van de vorige instandhoudingsregeling; en
  4. dat duidelijkheid omtrent de bij de aanvraag over te leggen gegevens des te meer van belang is, nu een aanvrager feitelijk maar één kans heeft een succesvolle aanvraag in te dienen, omdat het subsidieplafond veelal is bereikt op het moment dat een onvolledige subsidieaanvraag wordt aangevuld.

Vooral dit vierde punt is interessant. Dit aspect is namelijk niet alleen relevant voor monumentensubsidies, maar voor alle subsidiesregelingen waar een subsidieplafond wordt vastgesteld. Als een subsidieplafond wordt vastgesteld ontstaat er een soort competitie tussen de aanvragers; er moet namelijk zo snel mogelijk een volledige aanvraag worden ingediend. De Afdeling constateert terecht dat een aanvrager in zo’n geval maar één kans heeft om een succesvolle aanvraag in te dienen.

Deze uitspraak is dan ook voor de praktijk van belang, omdat hieruit volgt dat als een bestuursorgaan een subsidieplafond én een verplicht aanvraagformulier vaststelt, dit gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de (volledigheid van de) aanvraag. Het bestuursorgaan moet er voor zorgen dat het vastgestelde formulier volledig, correct en voldoende duidelijk is. Als dit niet het geval is dan kan dit de aanvrager onder omstandigheden niet worden tegengeworpen.

Deze uitspraak is door mij geannoteerd in AB 2013/356.


Annemarie Drahmann
Alle posts van Annemarie Drahmann

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone